Deze zondag.
Ik lig plat op mijn rug in het gras en staar omhoog naar de voorbijzwevende wolken. Ik lig zeker al een half uur in het stadspark. Plotseling sta ik op, veeg de traan die over mijn wang rolt weg en spring op mijn fiets.
‘Esk! Eindelijk. Ik moet nog een heleboel doen; zou jij Oma kunnen gaan halen?’ Mama probeert onder luid protest een truitje over Stans hoofd te trekken.
‘Euh… OK.’
‘Bedankt, schat.’
Ik stap door de grote, glazen draaideur van het bejaardentehuis. Lift – derde verdieping – einde van de groene gang. Ik ken de weg naar Oma’s kamer met mijn ogen dicht. De deur staat open en ze zit zoals gewoonlijk voor het raam. Ik klop even en ga naar binnen. Ze draait zich om en als ze me ziet, lichten haar ogen op.
‘Estelle! Is Karel niet meegekomen?’
Ik doe mijn best om te glimlachen en zeg:
‘Nee, Oma. Ik ben het, Eskiera. Ik kom je halen voor Stan’s verjaardagsfeestje!’
Ze zucht, haar gezicht vertrekt zich weer in die bedrukte grimas en ik zie dat ze me niet herkent. Ik ga de verpleegster halen en samen krijgen we Oma in een rolstoel. ‘Bedankt. Ik breng haar deze avond terug.’
‘In orde, Esk. Tot dan!’
Als ik met Oma thuiskom, is het feestje al aan de gang. Stan rent rond met een groot stuk inpakpapier, Mama en enkele familieleden zitten in de woonkamer te praten. Ik rol Oma tot bij hen en ga zelf in de keuken zitten.
Wanneer de taart wordt aangesneden, ga ik ook naar de woonkamer. Ik zing mee. Ik zit mee aan tafel. Ik praat zelfs een beetje mee. Na het feestje neemt iedereen afscheid:
‘Dag Estelle! Dag Esk! Gelukkige verjaardag, Stan!’
Ik breng Oma terug en praat heel even met de verpleegster.
Als ik terug thuis kom, ligt Stan al in bed en vind ik Mama in een deken gewikkeld op de zetel. Ze huilt stilletjes. Zonder woorden kruip ik bij haar en huil mee. Na een tijdje vallen we samen in slaap.
We hebben het beiden extra moeilijk op vaderdag.
Titel: That 70’s Show/Fez